Een buitenunit mag aan de gevel, op een plat dak of op de grond staan, meestal zonder omgevingsvergunning. Op de grond zet je hem op een betontegel of voetjes, een stukje boven de grond zodat condens- en dooiwater weg kan. Grenst je woning aan een buurwoning, dan mag de unit daar maximaal 40 dB maken; bij een huurwoning, VvE of monument regel je eerst toestemming.
In het kort
- Voor het ophangen van een airco-buitenunit heb je meestal geen omgevingsvergunning nodig: gewoon onderhoud en veel kleine bouwactiviteiten zijn vergunningvrij.
- Voor (ver)bouwen is volgens de Rijksoverheid meestal een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit nodig.
- Belangrijk misverstand: ook als je vergunningvrij mag bouwen, moet je nog steeds voldoen aan de regels uit het Bbl én aan het burenrecht uit het Burgerlijk Wetboek.
- De belangrijkste harde eis komt van het geluid.
Heb je een omgevingsvergunning nodig?
Voor (ver)bouwen is volgens de Rijksoverheid meestal een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit nodig. Maar soms niet: voor gewoon onderhoud of kleine ingrepen mag je vergunningvrij bouwen. Alle situaties waarvoor je wél een vergunning nodig hebt, staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Staat jouw plan daarin, dan moet je een vergunning aanvragen.
Het ophangen van een buitenunit valt in de praktijk vaak onder vergunningvrij bouwen, maar dat is geen garantie: het hangt af van jouw specifieke situatie, de plek van de unit en of er bijvoorbeeld sprake is van een monument of beschermd stadsgezicht. Doe daarom altijd de vergunningcheck in het Omgevingsloket voordat je iets ophangt. Twijfel je over de plaatsing zelf? Bekijk dan ons stappenplan voor het installeren .
Vergunningvrij betekent niet regelvrij
Belangrijk misverstand: ook als je vergunningvrij mag bouwen, moet je nog steeds voldoen aan de regels uit het Bbl én aan het burenrecht uit het Burgerlijk Wetboek. Vergunningvrij betekent dus niet dat je vrij bent om te doen wat je wilt. Het burenrecht gaat bijvoorbeeld over overlast, afstand tot de erfgrens en zicht. Een buitenunit die pal tegen de schutting van de buren hangt en herrie maakt, kan een probleem opleveren, ook zonder dat er ooit een vergunning nodig was.
Praktisch betekent dit: overleg met je buren voordat je de unit ophangt, zeker bij een appartement met een VvE . Bij een huurwoning is er nog iets extra's: dan heb je bijna altijd toestemming van de verhuurder nodig, omdat je iets aan de gevel of het pand verandert.
De geluidsregels: 40 dB bij aangrenzende woningen
De belangrijkste harde eis komt van het geluid. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) gelden bij verbouw dezelfde geluidsregels als bij nieuwbouw. Onder verbouw valt ook het voor de eerste keer plaatsen of vervangen van een bouwwerkinstallatie zoals een warmtepomp of airco.
De kern voor buitenunits: staat je woning aan een andere woning (rijtjeshuis, twee-onder-een-kap), dan mag een installatie voor warmte- of koudeopwekking buiten maximaal 40 dB maken. Dit regelt artikel 5.14, lid 2, van het Bbl. Voor verblijfsgebieden mag de nieuwe installatie bij verbouw 10 dB hoger uitkomen dan bij nieuwbouw, wat neerkomt op maximaal 40 dB of 45 dB, afhankelijk van de gebruiksfunctie. Is het rechtens verkregen niveau beter dan die waarde, dan geldt dat betere niveau. Voor bouwwerken die geen gebouw zijn, geldt de 10 dB-verhoging niet.
Kies dus een stille unit en een slimme plek. Meer over meten en normen lees je in onze gids over geluidsregels voor de buitenunit en over het geluidsniveau in dB(A) .
Praktisch: zo pak je het aan
In het kort: (1) doe de vergunningcheck in het Omgevingsloket voor jouw adres; (2) ga na of je woning aan een buurwoning grenst — zo ja, dan geldt de grens van 40 dB; (3) check het burenrecht en overleg met de buren; (4) heb je een huurwoning of VvE, regel dan vooraf toestemming. Laat de installatie zelf altijd doen door een gecertificeerde monteur: bij een airco zit koudemiddel in de leidingen, en dat mag alleen een F-gassen-gecertificeerde installateur aansluiten. Diezelfde vakman kan ook adviseren over de stilste opstelling van de buitenunit.
De VvE-route: regel dit vóór de offerte
Begin bij de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement. Daarin staat wat tot het privégedeelte hoort en wat gemeenschappelijk is. Een buitenunit aan de gevel, op het dak of vastgeschroefd aan het balkonhek valt vrijwel altijd onder het gemeenschappelijke deel, en daarvoor is een besluit van de vergadering nodig.
Dien een net verzoek in met een plattegrond, een foto van de beoogde plek en de opgegeven geluidswaarde van het toestel. Bestuurders zeggen zelden nee tegen een goed onderbouwd voorstel; ze zeggen nee tegen een vage vraag. Leg het akkoord daarna schriftelijk vast, want een mondelinge toezegging verdwijnt met het volgende bestuur — en verwijderen achteraf is voor jouw rekening.
- Lees de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement
- Dien een schriftelijk verzoek in met tekening, foto en dB-waarde
- Vraag of het op de ledenvergadering gestemd moet worden
- Bewaar het besluit; regel het vóór je een offerte tekent
Als er niets aan de gevel mag: het monoblock
Krijg je geen toestemming, dan is een monoblock-airco de uitweg. Alle techniek zit dan in één binnenunit; de warmte gaat via twee gevelroosters of doorvoeren naar buiten. Er hangt niets aan de gevel, wat het VvE-gesprek een stuk eenvoudiger maakt — al blijven de roosters een ingreep in de gemeenschappelijke gevel waarvoor je meestal alsnog toestemming vraagt.
De keerzijde is eerlijkheidshalve dat het rendement doorgaans lager ligt dan bij een split en dat de unit zelf hoorbaar in de kamer staat. Voor een appartement met strikte regels is het vaak het enige realistische alternatief voor structurele koeling.
